Feyenoord streed in Arnhem voor drie heel belangrijke punten in de strijd om de derde plaats, maar moest het tegen nummer vijf Vitesse doen met een punt. Orkun Kökcü opende de score kort voor rust, maar snel na de pauze maakte Mohammed Dauda gelijk: 1-1.

Op het moment dat Feyenoord aftrapte in Gelredome, was de wedstrijd van nummer vier AZ al afgelopen. De Alkmaarders speelden doelpuntloos gelijk tegen PEC Zwolle, waardoor het team van Giovanni van Bronckhorst de kans kreeg om behalve op directe tegenstander Vitesse ook uit te lopen op de naaste achtervolger.

Feyenoord speelde gedreven en nam de tijd om rustig op te bouwen en tot goede kansen te komen, maar de verdiende openingstreffer bleef lang uit. Met name Robin van Persie had geen geluk bij de kansen die hij kreeg: een kopbal verdween in de handen van doelman Eduardo, een lage voorzet gleed hij net naast en hij tikte een hoge voorzet over het doel.

Met eigen schoten wilde het dus niet lukken voor Van Persie, maar als aangever had hij meer succes. In de eerste minuut van de extra tijd legde hij af op basisspeler Orkun Kökcü – bij afwezigheid van Tonny Vilhena – en hij vond prompt het doel. De talentvolle middenvelder knalde droog binnen met rechts: 0-1.

Lang kon Feyenoord niet genieten van de voorsprong, want snel na rust lag de bal al achter doelman en basisdebutant Joris Delle. De vervanger van Kenneth Vermeer was kansloos bij de inzet van Mohammed Dauda (intikker van dichtbij) en moest de gelijkmaker toestaan. Even later voorkwam hij nog groter leed met goede reddingen op schoten van Martin Ødegaard en Vyacheslav Karavaev.

In de absolute slotfase, waarin weinig kansen vielen te noteren, leek Feyenoord er alsnog met de volle buit vandoor te gaan. Jan-Arie van der Heijden knikte de bal echter tegen de paal in de blessuretijd, waardoor het bij 1-1 bleef.

Advertentie
DELEN